ECLI:NL:RBDHA:2023:13427
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen met de motivering dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 30 augustus 2023 behandeld.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de bodemzaak (zaaknummer NL23.18488), waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.M. Schuiling en openbaar gemaakt op 6 september 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat in de bodemzaak reeds op het beroep is beslist.