De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen en de bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing. De kinderen wonen bij hun ouders die het ouderlijk gezag hebben. De ondertoezichtstelling was reeds verlengd tot 30 september 2023.
De gecertificeerde instelling stelde dat er sprake is van hoog schoolverzuim bij alle kinderen, waardoor hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. De ouders werken onvoldoende mee aan hulpverlening en het contact met de jeugdbeschermer en school is gebrekkig. Daarnaast is er onzekerheid over de passendheid van het onderwijs voor één van de kinderen en over de medische zorg. De ouders erkennen de zorgen niet, maar accepteren financiële hulpverlening.
De vader erkende het schoolverzuim, toegeschreven aan ziekte, en stemde in met onderzoek voor passend onderwijs. De moeder vond verlenging niet nodig en stelde dat zij zelf goed voor de kinderen kunnen zorgen. De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, omdat de bedreigingen voor de ontwikkeling van de kinderen voortduren en de ouders onvoldoende openstaan voor hulp.
De schriftelijke aanwijzing, die meewerking aan ondertoezichtstelling en hulpverlening beoogt, werd bekrachtigd omdat zonder deze medewerking de bedreigingen niet kunnen worden weggenomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan tegen het verlengingsbesluit hoger beroep worden ingesteld, terwijl tegen de bekrachtiging alleen cassatie openstaat.