Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke beschermingen. Op 25 augustus 2023 besloot de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het recht van verzoeker op tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep niet kan worden behandeld voordat het recht op tijdelijke bescherming eindigt, waardoor onverwijlde spoed aanwezig is. Het belang van verzoeker om de gemeentelijke opvang en het recht om te werken te behouden weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om het besluit per 4 september te effectueren.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen als ordemaatregel, met schorsing van het bestreden besluit totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ad € 837. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.