Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming een tijdelijk beschermingsrecht. Op 29 augustus 2023 besloot de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dit recht te beëindigen per 4 september 2023. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep niet kan worden behandeld vóór het einde van het beschermingsrecht, waardoor onverwijlde spoed aanwezig is. Het belang van verzoeker om opvangvoorzieningen en werkrecht te behouden weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om de voorzieningen per 4 september te beëindigen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen als ordemaatregel, waarmee het besluit wordt geschorst tot uitspraak op het beroep. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van €837. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.