Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer [V-nummer] , verzoeker, samen te noemen: verzoekers,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers uit Suriname hebben een visum aangevraagd voor familiebezoek in Nederland van 6 tot 28 april 2023, samen met hun minderjarige familielid met Franse nationaliteit. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag op 20 maart 2023 af vanwege onvoldoende bewijs over het doel van het verblijf en twijfel over terugkeer.
Verzoekers stelden dat zij zich op grond van EU-recht in Nederland wilden vestigen en dat zij aanspraak maken op een declaratoir verblijfsrecht als verzorgende ouder. Zij vroegen om een voorlopige voorziening en vrijstelling van griffierecht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen omdat er geen spoedeisend belang is en het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is. Verzoekers hadden het verkeerde visumtype aangevraagd en onvoldoende toelichting gegeven, waardoor het verzoek niet in aanmerking komt voor een faciliterend visum. De bezwaarprocedure kan worden afgewacht. Het verzoek om griffierechtvrijstelling werd wel toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.