Eisers hebben op 19 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen beslist en heeft deze termijn verlengd naar zes maanden, welke termijn inmiddels is verstreken. Eisers hebben verweerder op 15 april 2023 in gebreke gesteld en vervolgens op 8 mei 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en eisers rechtsgeldig in gebreke zijn gesteld. Hoewel verweerder herstelverzuim wil bieden en nader onderzoek wil doen, is het dossier mogelijk nog niet compleet. De rechtbank bepaalt daarom een nieuwe beslistermijn van acht weken na verzending van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Verweerder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €418,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.