ECLI:NL:RBDHA:2023:13561
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij gegrond beroep op afgifte verblijfsdocument
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De staatssecretaris heeft dit bezwaar ongegrond verklaard bij besluit van 19 april 2023. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 23 juni 2023. Tijdens de zitting waren verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig. De voorzieningenrechter oordeelde dat nu het beroep gegrond is verklaard, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en wees het verzoek daarom af.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €1.674,00, en tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht van €184,00. De uitspraak is gedaan door mr. J. Boerlage - van den Bosch en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard.