ECLI:NL:RBDHA:2023:1359
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag heeft op 7 februari 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en toen als rechtmatig beoordeeld tot het sluiten van het onderzoek op 12 december 2022. Het huidige beroep richt zich op de rechtmatigheid van het voortduren van deze maatregel na die datum.
Eiser stelde dat onduidelijkheid bestond over de voortvarendheid van de lp-aanvraag en dat onvoldoende zicht op uitzetting naar Marokko aanwezig zou zijn, mede omdat niet was aangetoond dat het Marokkaanse consulaat in Amsterdam persoonlijk presentaties houdt en lp’s afgeeft. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld, met meerdere rappelleringen en vertrekgesprekken, en dat op basis van recente gegevens en een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wel degelijk zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.
De rechtbank concludeerde dat geen aanleiding bestaat om het voortduren van de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.