ECLI:NL:RBDHA:2023:13597
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in schuldenzaak
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin een overzicht van zijn schulden werd verstrekt. Dit bezwaar is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard in een besluit van 22 mei 2023.
Verzoeker heeft vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend met het argument dat hij vanwege de schuld geen geld meer heeft om zijn gezin te onderhouden en daarom vrijstelling van aflossing wenst totdat op zijn verzoek om kwijtschelding is beslist. Tijdens de zitting op 5 juli 2023 heeft de voorzieningenrechter beoordeeld of sprake is van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker zijn spoedeisend belang niet heeft onderbouwd met stukken en ook geen toelichting heeft gegeven tijdens de zitting. Hierdoor is niet gebleken dat het voor verzoeker onevenredig bezwaarlijk is om de beslissing in de hoofdzaak af te wachten.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.