Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.De medische belastbaarheid van eiseres is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 14 januari 2020
.
Wat vindt eiseres
Wat vindt de rechtbank
.Voor zover eiseres in haar beroepschrift verwijst naar dat wat zij in bezwaar heeft aangevoerd, overweegt de rechtbank dat het aan eiseres is om in beroep gemotiveerd en specifiek aan te voeren waarom zij het niet eens is met het bestreden besluit. De verwijzing naar het bezwaarschrift wordt niet als zo’n gemotiveerde en specifieke betwisting opgevat. Daarop is immers gereageerd in (de bijlagen bij) het bestreden besluit. Eiseres zal dus moeten aanvoeren waarom zij het met die reactie niet eens is. Gelet hierop zal de rechtbank de beoordeling van het beroep plaatsen in het licht van de in beroep nader uitgewerkte gronden en niet in het licht van hetgeen in bezwaar is aangevoerd.
eventueeleen persoonlijkheidsstoornis vast te stellen. De rechtbank ziet hierin, anders dan eiseres, geen reden om aan te nemen dat de verzekeringsarts B&B eiseres op een spreekuur had moeten zien om dat onderzoek naar een mogelijke persoonlijkheidsstoornis te verrichten. De rechtbank overweegt hiertoe dat de psychische klachten bekend waren bij de verzekeringsarts B&B. Dat de psychiater een persoonlijksheidsonderzoek nodig acht om een eventuele stoornis vast te stellen, betekent niet zonder meer dat de verzekeringsarts B&B geen volledig beeld heeft gehad van de psychische belastbaarheid van eiseres. De verzekeringsarts B&B heeft immers kennis genomen van de bevindingen uit het psychisch onderzoek verricht door de verzekeringsarts en van de informatie van de behandelaar. Ook heeft hij zijn observaties bij de hoorzitting beschreven. Wat betreft het standpunt van eiseres dat zij anders dan de verzekeringsarts had aangenomen niet 90 graden kan buigen, welk standpunt in bezwaar voor de verzekeringsarts B&B aanleiding had moeten zijn om een spreekuur te houden, merkt de rechtbank op dat de verzekeringsarts B&B bekend was met de MRI van 19 december 2018. Uit de informatie van behandelaar Oei blijkt dat er bij lichamelijk onderzoek sprake was van pijn en gevoeligheid, maar dat dit de (subjectieve) beleving van eiseres betreft. De verzekeringsarts B&B dient zich een oordeel te vormen over de belastbaarheid, aan de hand van medisch objectiveerbare informatie. Nu hij kennis had van de genoemde MRI, maar ook de bevindingen uit lichamelijk onderzoek door de verzekeringsarts ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat de verzekeringsarts B&B over onvoldoende (objectieve) informatie van de rug- en beenklachten van eiseres beschikte en daarom eiseres op een spreekuur had moeten uitnodigen.
de rechtbank begrijpt: van de FML), en dat er rekening is gehouden met de beperkingen, zoals die konden worden geobjectiveerd. Dat de verzekeringsarts B&B deze diagnose wel heeft vermeld in zijn rapport maar er niks mee gedaan heeft, zoals eiseres ter zitting heeft betoogd, is niet aannemelijk geworden. Verder betrekt de rechtbank hierbij dat uit het rapport van de verzekeringsarts volgt dat eiseres bij lichamelijk onderzoek wel 90 graden kon buigen. Het UWV heeft verder voldoende gemotiveerd dat het enkele feit dat uit de informatie van Oei volgt dat de SI provocatietest positief was, niet betekent dat iemand niet 90 graden kan buigen. Voor wat betreft de klachten aan de rechterbeen merkt de rechtbank op dat de verzekeringsartsen bekend zijn met pijn die uitstraalt in het rechterbeen. De anamnese van Oei, waar eiseres naar verwijst, betreft een beschrijving van de klachten van eiseres; dit acht de rechtbank geen medisch objectieve informatie die zou moeten leiden tot de conclusie dat de verzekeringsarts B&B de rug- en beenbeperkingen van eiseres onvoldoende heeft onderkend. Voor zover Oei een neurogene component niet uitsluit, overweegt de rechtbank dat ook enkel deze stelling geen twijfel geeft aan de medische beoordeling van de verzekeringsarts B&B. Eiseres heeft niet met andere medische informatie onderbouwd of er daadwerkelijk sprake is van een neurogene component.
de rechtbank begrijpt dat hiermee de depressieve stoornis, eenmalige episode – matig wordt bedoeld) niet meer beperkingen nodig zijn. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde psychische belastbaarheid. De informatie van OCA en Ipsy waar eiseres in beroep naar heeft verwezen kan niet tot een ander oordeel leiden. De informatie van Ipsy was bij de verzekeringsarts B&B bekend en is ook betrokken bij zijn oordeel over de psychische belastbaarheid van eiseres. Dat OCA schrijft dat de psychosociale klachten van eiseres te ernstig zijn voor een bepaald behandelprogramma kan niet tot de conclusie leiden dat de verzekeringsarts B&B van een onjuist psychisch feitencomplex is uitgegaan.