ECLI:NL:RBDHA:2023:13669
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken voorlopige voorziening verblijfsvergunning asiel wegens beslissing bodemzaak
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen met het argument dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met aanverwante zaken op 30 augustus 2023 behandeld. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de bodemzaken (zaaknummers NL23.21038 en NL23.21040), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.M. Schuiling en griffier N.W. Brand en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat in de bodemzaak reeds uitspraak is gedaan.