Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:13670

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
11 september 2023
Zaaknummer
C/09/650475 / JE RK 23-1424
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in belang van zijn veiligheid en ontwikkeling

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van een machtiging tot uithuisplaatsing van een veertienjarige jongen, die vanwege ernstige spanningen en een complexe gezinssituatie niet thuis kan wonen. De jongen verbleef eerder bij grootouders, maar die plaatsing kon niet worden voortgezet na een escalatie. Ook thuis is de situatie onhoudbaar, mede door de emotionele problemen van de vader en het ontbreken van effectieve hulpverlening.

De ouders zijn het eens met de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, al betreuren zij de situatie en het gebrek aan adequate hulp in de afgelopen jaren. De vader erkent zijn burn-out en weigert aanvankelijk individuele hulp, maar staat open voor het hulpverleningstraject FAST. De gecertificeerde instelling benadrukt de noodzaak van een behandelgroep en crisisopvang tot een passende plek beschikbaar is.

De kinderrechter oordeelt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de jongen, gezien zijn agressieregulatie en de gespannen gezinssituatie. De vader wordt aangespoord mee te werken aan hulpverlening en het contact tussen de jongen en zijn moeder dient spoedig te worden hersteld. De beschikking wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling, met onmiddellijke uitvoerbaarheid.

Uitkomst: De kinderrechter verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling met onmiddellijke uitvoerbaarheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/650475 / JE RK 23-1424
Datum uitspraak: 23 augustus 2023
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van:
Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2009 in [plaats01] ,
hierna te noemen: [naam01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam02],
hierna te noemen: de moeder,
en
[naam03],
hierna te noemen de vader,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de ouders,
wonende in [woonplaats01] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 juli 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam04] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
[naam01] is voorafgaand aan de zitting in raadkamer gehoord.

2.De feiten

- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd.
- [naam01] is erkend door de vader.
- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [naam01] .
- [naam01] verblijft feitelijk bij de crisisgroep van [A] .
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 maart 2023 [naam01] onder toezicht gesteld van 23 maart 2023 tot 23 maart 2024.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 maart 2023 een machtiging verleend [naam01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 30 maart 2023 tot 23 september 2023.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [naam01] is een belaste jongen die al veel heeft meegemaakt in zijn leven. Daarbij komt de angst om zijn moeder, die ongeneeslijk ziek is, te verliezen. In de afgelopen periode is er feitelijk niets veranderd. [naam01] en de vader reageren fors op elkaar. [naam01] liet bij de grootouders vaderszijde, waar hij geplaatst was, in eerste instantie een positieve ontwikkeling zien. De verwachting was dat [naam01] zou moeten doubleren, maar tijdens zijn verblijf bij de grootouders is hij overgegaan naar 2 VMBO. Op 21 juni 2023 is de situatie bij de grootouders geëscaleerd. [naam01] beschuldigt de grootvader ervan hem te hebben geslagen. De moeder heeft [naam01] zonder overleg opgehaald, waardoor de relatie tussen de ouders ook onder druk kwam te staan. Vanwege de ingewikkelde situatie ziet de gecertificeerde instelling op dit moment geen perspectief thuis. Ook de plaatsing bij de grootouders kan niet voortgezet worden. Voorafgaand aan de crisisplaatsing bij Cardea heeft [naam01] bij verschillende vrienden geslapen en was er weinig zicht op hem. [naam01] wordt in verband gebracht met meerdere mishandelingszaken. [naam05] heeft meerdere gesprekken gevoerd met de gezinsleden en er is een hulpverleningstraject aangeboden. [naam05] vindt het noodzakelijk dat de vader weer in behandeling komt voor zijn emotieregulatie, alvorens het traject voor het gezin kan starten. Daarnaast is het van belang dat er systemische gesprekken plaatsvinden tussen de ouders. De vader gaat hier niet mee akkoord. De gecertificeerde instelling brengt ter zitting naar voren dat een andere organisatie het gezin ook zal afwijzen als de vader weigert mee te werken aan de individuele hulpverlening. De gecertificeerde instelling is van mening dat er een behandelgroep voor [naam01] nodig is. [naam01] is aangemeld bij [B] . Op dit moment is er geen zicht op een plek. Voor die tijd is het van belang dat [naam01] op de crisisplek kan blijven. Ter zitting geeft de gecertificeerde instelling aan dat de hulpverlening bij [naam05] mogelijk naast de plaatsing van Duncan bij [B] kan plaatsvinden.

4.De standpunten

4.1.
De ouders hebben ter zitting naar voren gebracht het eens te zijn met de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [naam01] , omdat er op dit moment geen andere optie is. De vader brengt naar voren dat [naam01] sinds twee weken niet meer thuis mag komen en geen contact meer met de moeder heeft. De ouders vragen al drie jaar lang om hulp en betreuren dat hun zoon op dit moment bij de crisisopvang verblijft. Zij geven aan gefrustreerd te zijn. Het was de bedoeling dat er de afgelopen periode hulpverlening zou komen, maar die is niet van de grond gekomen. De vader geeft aan dat hij voorstander is van het traject FAST bij [naam05] . Dit traject werd aanvankelijk aangeboden aan het gezin en er heeft een intake plaatsgevonden. Later werd door [naam05] aangegeven dat er daarnaast ook individuele gesprekken gevoerd moeten worden. De vader heeft dit geweigerd. Hij geeft aan dat hij met een burn-out thuis zit en dat hij zich weer bij [naam05] heeft aangemeld.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] noodzakelijk is in het belang van (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
5.2.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. De zorgen over de veertienjarige [naam01] zijn onverminderd aanwezig. Gelet op de opgelopen spanningen is het op dit moment voor [naam01] niet mogelijk om bij de grootouders te wonen. Ook een thuisplaatsing is vanwege de ingewikkelde gezinsdynamiek op dit moment niet mogelijk. [naam01] moet worden begeleid en er moet hulpverlening worden ingezet om hem te helpen zijn agressie te reguleren. De kinderrechter benadrukt dat de vader – in het belang van [naam01] - af en toe over zijn eigen schaduw heen moet springen. Het is van belang dat de vader het aangeboden hulpverleningstraject bij [naam05] bespreekbaar maakt bij zijn huidige behandelaar. De komende periode is het noodzakelijk dat het contact tussen [naam01] en de moeder met voortvarendheid wordt hersteld. Daarnaast hoopt de kinderrechter dat er snel een plek is voor Duncan bij [B] . De kinderrechter wijst het verzoek van de gecertificeerde instelling toe als verzocht.
Daarom zal als volgt worden beslist.

6.De beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 23 augustus 2023 tot 23 maart 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2023 door mr. E.C.M. Bouman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Smolders als griffier, en op schrift gesteld op 8 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.