Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met als grond dat hij afvallig is van de islam en homoseksueel is, waardoor hij in Marokko niet vrij kan leven. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser wisselende verklaringen gaf over zijn identiteit en nationaliteit, en zijn homoseksualiteit ongeloofwaardig werd bevonden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de identiteit van eiser ongeloofwaardig heeft gevonden, mede omdat eiser in meerdere landen verschillende personalia heeft opgegeven en onvoldoende bewijs heeft geleverd. Ook is geoordeeld dat afvalligheid van de islam in Marokko niet strafbaar is en geen grond voor asiel vormt, ondanks mogelijke familiale problemen.
Ten aanzien van de homoseksualiteit concludeert de rechtbank dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat eiser hierover wisselende verklaringen heeft afgelegd, waaronder een verklaring onder ambtseed waarin hij ontkende homoseksueel te zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.