ECLI:NL:RBDHA:2023:13691
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag statushouder Zweden transgender bedreigd door ex-echtgenoot
Eiser, een Syrische transgender statushouder die sinds 2013 internationale bescherming geniet in Zweden, diende op 10 juli 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag op 26 juli 2023 niet-ontvankelijk, omdat eiser terug moet keren naar Zweden. Eiser stelde dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige bedreigingen door zijn ex-echtgenoot, waaronder meerdere moordaanslagen, en dat hij als transgender bijzonder kwetsbaar is binnen de Arabisch-islamitische gemeenschap in Zweden.
De rechtbank overwoog dat verweerder erop mag vertrouwen dat Zweden zijn internationale verplichtingen naleeft, waaronder bescherming tegen schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Eiser moest aannemelijk maken dat hij in Zweden geen adequate bescherming kan krijgen. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd, zoals documenten van aangifte of bewijs van de bedreigingen, en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de Zweedse autoriteiten hem niet kunnen of willen beschermen.
Verder oordeelde de rechtbank dat het feit dat eiser eerder asiel aanvroeg in andere landen en dat hij niet aannemelijk maakte dat hij buiten zijn wil in een situatie van ernstige materiële deprivatie zou verkeren, tegen hem pleitte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.