Eiser, een Algerijnse man, verzocht asiel op grond van een aanval door een criminele bende en vrees voor vervolging vanwege zijn vermeende politieke activiteiten. Hij verklaarde op 8 augustus 2020 door een bende te zijn aangevallen vanwege een conflict met zijn broer en vreesde na zijn vertrek uit Algerije een nieuwe aanval. Daarnaast stelde hij dat hij vanwege deelname aan demonstraties en een politieoproep risico liep op vervolging.
De staatssecretaris achtte de identiteit en de aanval op 8 augustus 2020 geloofwaardig, maar betwijfelde de deelname aan demonstraties van maart tot augustus 2020, omdat openbare bronnen dit weerspraken. Ook waren de verklaringen over dreiging na vertrek tegenstrijdig. De staatssecretaris concludeerde dat er geen reëel risico op ernstige schade of vervolging bestond en wees de aanvraag af.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht de geloofwaardigheid van de demonstraties en de dreiging na vertrek in twijfel trok. Ook was onvoldoende aannemelijk dat de bende nog actief naar eiser zocht of dat de Algerijnse autoriteiten geen bescherming konden bieden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier F. Aissa op 11 september 2023 te Groningen.