ECLI:NL:RBDHA:2023:13713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Eiseres, een vrouw met de Gambiaanse nationaliteit, diende op 10 januari 2021 een asielaanvraag in nadat zij in Nederland was aangekomen voor een hartoperatie. Haar aanvraag werd door de staatssecretaris op 3 juli 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 17 augustus 2023 en oordeelde dat de afwijzing als kennelijk ongegrond onterecht was omdat eiseres haar verblijf niet onrechtmatig had verlengd en zij zich tijdig had gemeld.
De rechtbank beoordeelde vervolgens het asielrelaas, waarin eiseres stelde bedreigd te worden door een van de andere vrouwen van haar man in Gambia. Hoewel de verklaringen geloofwaardig werden geacht, vond de rechtbank dat deze niet zwaarwegend genoeg waren om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen. De rechtbank verwierp de bezwaren tegen de zorgvuldigheid van het gehoor en de wijze van beoordeling van de verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht had betrokken dat eiseres zeven jaar samenwoonde met de bedreigende vrouw zonder ernstige problemen en dat haar man bescherming bood. Ook was er geen bewijs dat de Gambiaanse autoriteiten haar niet konden of wilden beschermen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.