ECLI:NL:RBDHA:2023:13727
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens schending hoorplicht en onvoldoende bewijs middelen van bestaan
Eiseres, met de Senegalese nationaliteit, vroeg op 22 februari 2022 een visum voor kort verblijf aan voor familiebezoek in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van onvoldoende bewijs dat eiseres over voldoende middelen van bestaan beschikt en twijfel over tijdige terugkeer. De rechtbank stelde vast dat de minister de hoorplicht schond, wat een zorgvuldigheidsgebrek opleverde, en vernietigde het besluit.
De rechtbank oordeelde echter dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij vrijelijk en zelfstandig kon beschikken over het vereiste richtbedrag van €1.705,- voor haar verblijf en terugreis. Ook kon de referent niet als garantsteller optreden, omdat hij niet over voldoende inkomen beschikte en de werkgever van de referent weigerde het verplichte garantstellingsformulier te ondertekenen.
De minister had een ruime beoordelingsruimte en mocht de werkgeversverklaringen niet gelijkstellen aan de vereiste garantstelling. De rechtbank liet daarom de rechtsgevolgen van het besluit in stand, wat betekent dat het visum terecht werd geweigerd. Eiseres kreeg wel een vergoeding van €1.674,- aan proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de visumaanvraag wordt vernietigd wegens schending hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat eiseres onvoldoende middelen van bestaan aantoonde.