ECLI:NL:RBDHA:2023:13735
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag vernietigt besluit CIZ over te lage dwangsom en stelt nieuwe dwangsom vast
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) waarin een dwangsom van €427,- werd toegekend wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar. Het primaire besluit dateert van 22 februari 2022, het bestreden besluit van 15 maart 2022. De rechtbank oordeelt dat het CIZ niet aannemelijk heeft gemaakt dat de beslissing op bezwaar tijdig is verzonden, aangezien de verzendadministratie onvoldoende bewijs levert en de beslissing niet aangetekend is verzonden.
De rechtbank volgt eiseres in haar stelling dat de verzending pas op 22 februari 2022 heeft plaatsgevonden, waardoor de dwangsom over een langere periode moet worden berekend. De rechtbank stelt de dwangsom daarom vast op €497,- en vernietigt het bestreden besluit. Tevens wordt het primaire besluit herroepen en wordt de dwangsom door de rechtbank zelf vastgesteld.
Daarnaast wordt het CIZ veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €50,- en proceskosten van €2.271,- aan eiseres, berekend op basis van de proceshandelingen in bezwaar en beroep. De uitspraak is gedaan op 5 september 2023 en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van het CIZ en stelt de dwangsom op €497,-, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.