ECLI:NL:RBDHA:2023:13753
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling zonder vertrektermijn
Eiser betwistte het terugkeerbesluit en het inreisverbod dat hem door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid was opgelegd, omdat hij meent dat de aanleiding voor het inreisverbod onvoldoende uit het dossier blijkt en dat de duur van het inreisverbod verkort had moeten worden. De rechtbank behandelde het beroep op 5 september 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit terecht is opgelegd en dat het onthouden van een vertrektermijn gerechtvaardigd is vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht op vreemdelingen zal onttrekken. Ten aanzien van het inreisverbod concludeert de rechtbank dat het dossier een verslag van het gehoor bevat, zodat geen onduidelijkheid bestaat over lopende procedures van eiser. De staatssecretaris hoefde daarom niet af te zien van het opleggen van het inreisverbod.
Verder heeft eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden aangevoerd die een verkorting van de duur van het inreisverbod rechtvaardigen. Het enkele feit dat eiser een toekomst in Europa wil opbouwen, is onvoldoende om het inreisverbod te verkorten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het terugkeerbesluit en het inreisverbod, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en deze besluiten blijven in stand.