ECLI:NL:RBDHA:2023:1376
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens ingewilligde asielaanvraag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 november 2021. Tijdens de procedure heeft verweerder het besluit genomen om de asielaanvraag alsnog te honoreren, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en om vergoeding van proceskosten heeft verzocht.
De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding, maar hiervan is geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de uitspraak zonder zitting gedaan.
De rechtbank overweegt dat indien een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan het verzoek tegemoet is gekomen, de rechtbank op verzoek van de indiener het bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten. Gezien het feit dat verweerder de asielaanvraag alsnog heeft ingewilligd, wordt het verzoek tot vergoeding van proceskosten als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837 en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat uitsluitend betrekking had op het niet tijdig beslissen.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.