ECLI:NL:RBDHA:2023:1378
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens ingewilligde asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 oktober 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog ingewilligd bij besluit van 26 augustus 2022. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven om te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837 en een wegingsfactor van 0,5 wegens de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.