ECLI:NL:RBDHA:2023:13807
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres diende op 16 augustus 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 90 dagen beslist, terwijl eiseres haar eerst op 7 maart 2023 in gebreke stelde en vervolgens op 27 maart 2023 beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn op 16 februari 2023 verstreken was en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. De staatssecretaris heeft geen verweerschrift ingediend en geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een langere termijn rechtvaardigen. Gezien de zorgvuldigheid van besluitvorming en de bekende achterstanden in nareisprocedures, stelt de rechtbank een termijn van acht weken voor alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De reeds verschuldigde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442 over de periode van 24 maart tot en met 4 mei 2023. De rechtbank wijst de proceskostenvergoeding van €418,50 toe aan eiseres en verklaart het beroep gegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.