Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
[minderjarige],
[minderjarige],
[minderjarige],
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft op 25 augustus 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 90 dagen beslist, terwijl eiseres verweerder op 3 april 2023 rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Vervolgens heeft eiseres op 23 april 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Daarom bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500.
Verder stelt de rechtbank de reeds opgelopen dwangsom vast op €1.442 voor de periode van 18 april tot en met 29 mei 2023. Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50. De rechtbank wijst erop dat eiseres is vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en toewijzing van proceskosten.