ECLI:NL:RBDHA:2023:13813
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet tijdig bezwaar tegen vaststelling verdragsrecht
Eiser, woonachtig in Frankrijk en ontvanger van een Nederlands pensioen, werd per 15 december 2021 als verdragsgerechtigde erkend, waardoor hij een bijdrage op zijn pensioen verschuldigd is. Verweerder stelde vast dat eiser niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen dit besluit, waardoor het besluit in rechte vaststaat.
Eiser betoogde dat hij wegens een ziekenhuisopname en revalidatie de termijn voor bezwaaroverschrijding niet kon halen en dat zijn vrouw en schoonmoeder de post niet goed konden begrijpen. De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn op 31 maart 2022 eindigde en dat eiser pas na deze datum in het ziekenhuis lag, zodat hij tijdig had kunnen reageren.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en dat het verdragsrecht van eiser vaststaat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat eiser contact kan opnemen met de Franse zorginstelling CPAM indien hij meent dat zijn situatie onjuist is beoordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en er geen verschoonbare reden is.