Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. F.H. Bruggink),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 december 2021. Tijdens de procedure heeft de verweerder het besluit alsnog genomen en de asielaanvraag ingewilligd op 26 augustus 2022. Hierdoor trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog het besluit te nemen. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan verweerder opleggen. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837,- en een wegingsfactor van 0,5 (licht), passend bij het beperkte onderwerp van het beroep. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.