ECLI:NL:RBDHA:2023:13822

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 september 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
NL23.15314
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker heeft op 23 mei 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 december 2021. Nadat de staatssecretaris op 29 juni 2023 alsnog de asielaanvraag heeft ingewilligd, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevorderd.

De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen binnen de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan verzoeker toewijzen.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep (alleen niet-tijdig beslissen). Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van €184 vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 september 2023.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €418,50 en griffierecht van €184 aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.15314

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 23 mei 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag van 3 december 2021.
Bij besluit van 29 juni 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van €837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Ook moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van €184 vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
 bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht ter hoogte van €184 (honderdvierentachtig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.