Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. B.D. Lit),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 november 2021. Gedurende de procedure heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het besluit genomen om de asielaanvraag alsnog te honoreren, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en om vergoeding van proceskosten heeft verzocht.
De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar hiervan is geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank uitspraak gedaan zonder zitting.
De rechtbank overweegt dat wanneer een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan het verzoek tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten. Nu de staatssecretaris de asielaanvraag heeft ingewilligd, wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten.
De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837,- en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl op 8 februari 2023.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten wegens het alsnog inwilligen van de asielaanvraag.