ECLI:NL:RBDHA:2023:13841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar machtiging voorlopig verblijf
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, heeft bezwaar gemaakt tegen het afwijzen van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis, ingediend door zijn zoon. Na een eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank en bevestiging daarvan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, heeft verweerder nog steeds geen nieuw besluit genomen.
Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn van acht weken na de eerdere uitspraak is verstreken zonder dat een nieuw besluit is genomen.
De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit, draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen, legt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 op, en veroordeelt verweerder in de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit, legt een dwangsom op en veroordeelt verweerder in proceskosten en griffierecht.