ECLI:NL:RBDHA:2023:13846
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens uitspraak bodemprocedure
In deze bestuursrechtelijke asielzaak heeft de eiser een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het bestreden besluit betrof het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak kon worden gedaan. Omdat op dezelfde dag als deze uitspraak in een andere procedure (zaaknummer NL23.22531) al een uitspraak op het beroep was gedaan, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.L. Boxum en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemprocedure reeds is afgerond.