ECLI:NL:RBDHA:2023:13846

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 september 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
NL23.22532
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens uitspraak bodemprocedure

In deze bestuursrechtelijke asielzaak heeft de eiser een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het bestreden besluit betrof het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak kon worden gedaan. Omdat op dezelfde dag als deze uitspraak in een andere procedure (zaaknummer NL23.22531) al een uitspraak op het beroep was gedaan, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig.

Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.L. Boxum en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemprocedure reeds is afgerond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.22532

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [v-nummer],
hierna te noemen: eiser,
(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van 15 september 2023, zaaknummer NL23.22531, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Boxum, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.