Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam] , eiseres
[Naam 2] , [Naam 3] , [Naam 4] , [Naam 5] , [Naam 6] en [Naam 7]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis aan een referent. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen een besluit genomen, ondanks een verlenging van drie maanden. Eiseres stelde de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging van houders van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.