ECLI:NL:RBDHA:2023:13850

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 augustus 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
C/09/652196 / JE RK 13-1660
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige vanwege veiligheid en behandeling

Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer verzocht om verlenging van de machtiging voor gesloten jeugdhulp voor [naam01], een minderjarige die sinds maart 2023 in een gesloten accommodatie verblijft vanwege weglopen en loverboyproblematiek. De machtiging was aanvankelijk verleend voor zes maanden.

De kinderrechter constateert dat [naam01] positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, maar nog niet weerbaar genoeg is om weerstand te bieden aan het oude netwerk. De veiligheid is daardoor onvoldoende gewaarborgd. Daarnaast is verdere behandeling noodzakelijk om haar grenzen te leren aangeven en zelfvertrouwen op te bouwen.

De moeder stemt in met de verlenging en werkt aan een woning buiten de regio, maar er is nog geen concreet zicht op een verhuizing. De kinderrechter verleent een machtiging voor drie maanden, met aanhouding van het verzoek voor de resterende periode, en bepaalt dat de situatie opnieuw wordt beoordeeld voor 10 december 2023. De machtiging kan worden geschorst als de moeder een nieuwe woning vindt.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verlengd voor drie maanden met aanhouding voor verdere beoordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/652196 / JE RK 23-1660
Datum uitspraak: 29 augustus 2023
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer
hierna te noemen: het college,
over:
[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2009 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [naam01] ,
advocaat: mr. C. Arslaner te Leidschendam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam02],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam03],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats01] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 11 augustus 2023;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 21 augustus 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2023. Daarbij waren aanwezig:
- [naam01] met haar advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van het college.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [naam01] .
2.2.
[naam01] verblijft in een gesloten accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten bij [A] in [vestigingsplaats] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2023 een machtiging verleend [naam01] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 10 maart 2023 tot 10 september 2023.

3.Het verzoek

3.1.
Het college heeft schriftelijk verzocht om een machtiging om [naam01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden. Ter zitting heeft het college het verzoek gewijzigd en verzocht de machtiging niet voor drie, maar voor zes maanden te verlenen. Het college legt aan het verzoek het volgende ten grondslag. [naam01] verblijft nu zes maanden in de gesloten accommodatie van [A] . De machtiging is verleend in maart 2023 omdat er sprake was van weglopen en loverboyproblematiek. De schoolgang van [naam01] was gestagneerd door deze problematiek en zij volgde thuisonderwijs. De inzet van ambulante spoedhulp was niet toereikend en ondanks toezicht van de vader, de moeder en een oom, kon de veiligheid van [naam01] niet worden gewaarborgd. [naam01] heeft de afgelopen maanden al goede stappen gezet, maar zij is er nog niet. [naam01] heeft meer ervaringen en behandeling nodig om weerbaarder te worden en te leren om haar grenzen aan te geven. Zij mist op dit moment nog het (zelf)vertrouwen dat het ook goed zal gaan buiten de veilige omgeving van haar groep. Het is belangrijk dat geoefend kan worden met het hebben van vrijheden. Een korte plaatsing op een open groep wordt niet passend geacht, nu [naam01] moeite heeft met zich openstellen en met het vertrouwen van de therapeuten. Een open plaatsing zal zorgen voor meer onrust en kan leiden tot een achteruitgang in de ontwikkeling van [naam01] . Bovendien is het ambulant voortzetten van de therapie bij een thuisplaatsing bij de moeder in Zoetermeer niet mogelijk, omdat deze omgeving te onveilig is, vanwege het netwerk van [naam01] dat zich daar nog steeds bevindt. De moeder is op zoek naar een woning buiten de regio Zoetermeer, maar het is onduidelijk hoeveel tijd dit nog in beslag zal nemen. Het college zal daarom een tweesporenbeleid voeren, waarbij aan de ene kant wordt toegewerkt naar een thuisplaatsing bij de moeder en aan de andere kant een plan wordt gemaakt voor het geval dat de moeder niet op een korte termijn een nieuwe woning heeft. Het college verzoekt daarom om de gesloten plaatsing voor zes maanden te verlengen, waarbij de plaatsing geschorst kan worden als de moeder een woning heeft gevonden.

4.De standpunten

4.1.
Namens en door [naam01] wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek. [naam01] geeft aan dat zij op de groep op haar plek zit en dat zij hier nog nieuwe dingen kan leren. Zij wil graag bij de moeder wonen, maar ziet dat dit nu niet mogelijk is.
4.2.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte. Het lijkt haar beter als er een machtiging wordt verleend voor een periode van zes maanden, voor het geval zij binnen drie maanden nog geen nieuwe woning heeft. Ter zitting geeft de moeder aan dat zij druk bezig is met het vinden van een woning buiten de regio, maar dat daar op dit moment nog geen concreet zicht op is.

5.De beoordeling

5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
De kinderrechter stelt vast dat aan deze gronden wordt voldaan. Zij ziet dat [naam01] de afgelopen maanden een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Wel zijn er nog belangrijke stappen te zetten voordat de behandeling buiten de gesloten accommodatie kan worden voortgezet. Op dit moment is [naam01] nog niet weerbaar genoeg om weerstand te bieden aan haar oude netwerk. Hierdoor kan de veiligheid van [naam01] onvoldoende worden gewaarborgd. Daarnaast vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat [naam01] verdere behandeling ontvangt, zodat zij leert om beter haar grenzen aan te geven, zij weerbaarder kan worden en zij het vertrouwen kan opbouwen dat het ook buiten de instelling goed met haar blijft gaan. Momenteel ontbreekt nog dit (zelf)vertrouwen, waardoor het nodig is dat vanuit de geslotenheid in een veilige omgeving geoefend kan worden met het uitbreiden van de vrijheden. Bovendien is het wenselijk dat [naam01] deze behandeling kan voortzetten in de stabiele omgeving waar zij nu verblijft en waar zij inmiddels een band heeft opgebouwd met haar behandelaren. Vanuit hier kan de toekomstige terugkeer van [naam01] naar haar moeder zorgvuldig voorbereid worden, zodat die een zo groot mogelijke kans van slagen heeft.
5.2.
De kinderrechter zal de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode van drie maanden en de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden. Het is belangrijk dat over drie maanden opnieuw wordt bekeken wat de stand van zaken is met betrekking tot de ontwikkeling van [naam01] en de mogelijkheden van thuisplaatsing bij de moeder.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [naam01] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 september 2023 tot 10 december 2023;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan
tot een nader te bepalen zitting, gelegen voor 10 december 2023, tegen welke zitting het college, de moeder, [naam01] en haar advocaat dienen te worden opgeroepen;
6.3
bepaalt dat het college, wanneer beoogd wordt de machtiging nog drie maanden te laten voortduren een week voor de zitting een nieuwe instemmingsverklaring overlegt.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023 door mr. J.E.M.G. van Wezel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 13 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.