Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 8 december 2021. De staatssecretaris heeft niet gereageerd op het verzoek om een verweerschrift in te dienen. Later, bij besluit van 16 september 2022, is de asielaanvraag alsnog ingewilligd. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar hiervan is geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog de asielaanvraag te honoreren. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837,- en een wegingsfactor 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50 aan verzoeker.