Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:13901

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 september 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
C/09/650126 / JE RK 23-1372
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in belang van verzorging en opvoeding

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2006. De minderjarige verblijft momenteel bij een jeugdhulpaanbieder na eerdere crisisplaatsingen bij familieleden vanwege escalaties in de thuissituatie bij de moeder.

De moeder en vader zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de moeder kan de zorg niet aan en er zijn meerdere fysieke escalaties geweest ondanks veiligheidsafspraken. De minderjarige heeft geen contact met de vader en ervaart negatieve gevoelens over de onduidelijkheid over zijn woonplaats.

De kinderrechter heeft de minderjarige gehoord en concludeert dat uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De machtiging wordt verleend met ingang van 7 augustus 2023 tot 18 november 2023 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De ouders zijn correct opgeroepen maar niet verschenen.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verleend met uitvoerbaarverklaring bij voorraad tot 18 november 2023.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/650126 / JE RK 23-1372
Datum uitspraak: 7 augustus 2023
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
De gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2006 in [plaats01] ,
hierna te noemen [naam01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam02],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam03],
hierna te noemen de vader,
wonende [woonplaats01] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 juli 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2023. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam04] .
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [naam01] naar zijn mening gevraagd. [naam01] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [naam01] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[naam01] is erkend door de vader.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [naam01] .
2.3.
[naam01] verblijft bij [verblijfplaats] .
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 november 2022 de ondertoezichtstelling van [naam01] verlengd tot 18 november 2023.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft het verzoek als volgt toegelicht. [naam01] heeft al langere tijd geen contact met zijn vader en lijkt hier emotioneel niet toe in staat. De afgelopen periode zijn
er meerdere escalaties in de thuissituatie bij de moeder geweest, waarbij fysiek geweld heeft plaatsgevonden. Er was gestart met ASH vanuit [verblijfplaats] en er waren nieuwe bodemeisen en veiligheidsafspraken gemaakt. Hierna heeft echter opnieuw een escalatie plaatsgevonden en is [naam01] naar een time-outplek bij zijn neef gegaan. De moeder gaf aan dat zij de zorg niet meer aan kon en ASH vond thuis ook geen geschikte plek meer voor [naam01] . Er is toen gezocht naar een plek binnen het netwerk en [naam01] is tijdelijk naar de oma vaderszijde gegaan. Dit leek in het begin goed te gaan, maar ook hier heeft een escalatie plaatsgevonden met de vader. [naam01] is daarna bij [verblijfplaats] geplaatst voor een crisisplaatsing. [naam01] ontwikkelt zich daar goed en wil daar ook graag blijven. Hij ervaart wel negatieve gedachtes doordat het op dit moment nog onduidelijk is waar hij zal gaan wonen.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
De kinderrechter overweegt daartoe dat ondanks de inzet van ASH er meerdere fysieke escalaties hebben plaatsgevonden in de thuissituatie bij de moeder. Het lukt de moeder en [naam01] niet om zich aan de gestelde bodemeisen en veiligheidsafspraken te houden. De moeder kan de zorg voor [naam01] op dit moment niet aan. [naam01] verblijft op dit moment, na een tijdelijke plaatsing bij zijn neef en daarna bij zijn oma vaderszijde, bij [verblijfplaats] en wil daar ook blijven. De kinderrechter zal het verzoek daarom toewijzen zoals verzocht.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 augustus 2023 tot 18 november 2023;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2023 door mr. J.M. Vink, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en op schrift gesteld op 16 augustus 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.