Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 22 december 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog ingewilligd, waarop verzoeker het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevorderd.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb, is de uitspraak zonder zitting gedaan.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Daarom wordt het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een lichtwegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier N.F. Kreeftmeijer en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.