Eiser diende op 31 december 2021 een asielaanvraag in met het verhaal dat zijn vader in 2018 door Al-Shabaab werd vermoord vanwege zijn werkzaamheden voor de ouderencommissie en dat hij zelf bedreigd en mishandeld werd door leden van Al-Shabaab. Verweerder achtte het eerste element, de identiteit en herkomst, geloofwaardig, maar verwierp de overige elementen als ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van ondersteunende documenten en tegenstrijdigheden in het relaas.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom zijn vader werd vermoord, mede door summiere en wisselende verklaringen over de werkzaamheden van zijn vader, de bedreigingen en de omstandigheden van de moord. Ook de persoonlijke bedreiging en mishandeling van eiser werden als onvoldoende concreet en inconsistent beoordeeld.
Daarnaast is vastgesteld dat eiser afkomstig is uit een gebied in Somalië dat niet onder controle van Al-Shabaab staat, waardoor hij bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt. De algemene situatie in Somalië rechtvaardigt volgens de rechtbank geen afwijking van deze conclusie.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.