ECLI:NL:RBDHA:2023:13980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzuimboete motorrijtuigenbelasting terecht opgelegd bij tweede verzuim
Eiser was houder van een motorrijtuig waarvoor motorrijtuigenbelasting verschuldigd was over het tijdvak van 14 september 2022 tot en met 13 december 2022. Ondanks de uiterste betaaldatum van 15 oktober 2022 heeft eiser de belasting niet tijdig voldaan. Verweerder legde daarop een naheffingsaanslag van €32 en een verzuimboete van €55 op, gebaseerd op een tweede verzuim binnen één jaar.
Eiser erkende de te late betaling, maar voerde aan dat hij geen rekening had ontvangen en daarom niet kon betalen. Tevens stelde hij dat het afschaffen van de mogelijkheid tot jaarlijkse betaling het risico op verzuim vergroot en dat de boete in verhouding te hoog was.
De rechtbank oordeelde dat het niet ontvangen van de rekening niet ontslaat van de betalingsplicht, die rechtstreeks uit de Wet op de motorrijtuigenbelasting voortvloeit. Eiser had zelf maatregelen moeten nemen om tijdig te betalen. De boete is een instrument om naleving van fiscale verplichtingen te bevorderen en staat in redelijke verhouding tot het verzuim. Er was geen sprake van afwezigheid van schuld.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de verzuimboete bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verzuimboete van €55 wegens te late betaling motorrijtuigenbelasting is ongegrond verklaard.