ECLI:NL:RBDHA:2023:13992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor Nederland mag aannemen dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit in zijn geval niet geldt, onder meer omdat hij geen bewijs overlegd heeft van klachten over de opvang in Oostenrijk of pogingen tot hoger beroep.
Daarnaast is het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, vanwege de wachtperiode voor gezinshereniging in Oostenrijk, niet gegrond. De rechtbank stelt dat uit het AIDA-rapport niet blijkt dat Oostenrijk zijn verplichtingen niet nakomt en dat eiser onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat zijn rechten worden geschonden.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.