ECLI:NL:RBDHA:2023:14126
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete wegens ontbreken huisvestingsvergunning
Verzoeker verhuurt een woning waarvoor een huisvestingsvergunning vereist is. Tijdens een controle constateerde de gemeente dat verzoeker de woning verhuurde zonder vergunning en legde een bestuurlijke boete van €10.000,- op.
Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat hij de boete niet kan betalen vanwege een lening van ruim €85.000,-. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om de boete op te schorten totdat de beroepszaak is afgerond.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een financieel belang op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening, tenzij sprake is van een acute financiële noodsituatie of bedreiging van de continuïteit van de onderneming. Verzoeker had onvoldoende bewijs geleverd over zijn financiële situatie om dit aan te tonen.
Ook was het besluit niet evident onrechtmatig, zodat de voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen. Daarom werd het verzoek afgewezen en het griffierecht niet teruggegeven.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.