ECLI:NL:RBDHA:2023:14133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde bijschrijvingen
Eiseres ontving een bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met een herziening en bruto terugvordering van € 630,37 over de periode mei tot en met juni 2020 vanwege twee bijschrijvingen op haar bankrekening. Het college van burgemeester en wethouders van Westland stelde dat deze bijschrijvingen inkomsten waren en dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door deze niet te melden.
Eiseres voerde aan dat het om leningen ging waarover zij niet vrijelijk kon beschikken, en dat deze daarom niet als inkomen moesten worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde echter dat bedragen die op de bankrekening van een bijstandsgerechtigde worden bijgeschreven, in beginsel als middelen gelden waarover de betrokkene kan beschikken, ongeacht of het leningen betreft.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet vrijelijk over de bedragen kon beschikken en dat het college terecht het recht op bijstand had herzien en de terugvordering had ingesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en bruto terugvordering van haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.