ECLI:NL:RBDHA:2023:14136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing onttrekkingsvergunning wegens onvoldoende motivering
Eiseres heeft een onttrekkingsvergunning aangevraagd om een voormalige dienstwoning in Den Haag voor tien jaar te verhuren als kantoorruimte. Verweerder wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit bij bezwaar, waarbij ook een dwangsom werd toegekend wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank beoordeelde het beroep op het niet tijdig beslissen als niet-ontvankelijk omdat het procesbelang was komen te vervallen.
De kern van het geschil betrof de vraag of de ruimte een zelfstandige woonruimte is en of een onttrekkingsvergunning vereist is. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de vergunningplicht van toepassing is en hoe de belangen waren afgewogen. De rechtbank stelde vast dat verweerder ter zitting de motivering had hersteld door te onderbouwen dat het om een zelfstandige woonruimte gaat en dat het algemeen belang van behoud van de woonruimtevoorraad zwaarder weegt dan het financiële belang van eiseres.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de motivering inmiddels was hersteld. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk; het beroep tegen het bestreden besluit is gegrond en het besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.