ECLI:NL:RBDHA:2023:14143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting
De eiser zit sinds januari 2023 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2023 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank heeft eerder al de rechtmatigheid van de maatregel tot 14 juli 2023 beoordeeld en achtte deze toen rechtmatig. De beoordeling richt zich daarom op het voortduren van de bewaring na die datum. Eiser stelt dat hij inmiddels zeven maanden in bewaring zit zonder zicht op uitzetting naar Marokko.
De rechtbank stelt vast dat op 4 september 2023 een laissez-passer is afgegeven door de Marokkaanse autoriteiten en dat op 7 september 2023 een vluchtaanvraag is ingediend. Tevens is een vlucht naar Marokko geboekt en bevestigd voor 19 september 2023. Gezien deze feiten is er voldoende vooruitzicht op uitzetting en werkt de staatssecretaris voortvarend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.