ECLI:NL:RBDHA:2023:14149

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 augustus 2023
Publicatiedatum
20 september 2023
Zaaknummer
NL23.20612
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden bij asielverblijfsvergunning

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.

Het beroepschrift dat eiser op 17 juli 2023 indiende, bevatte geen gronden van beroep. De griffier heeft eiser hierover geïnformeerd en hem in de gelegenheid gesteld om binnen een gestelde termijn alsnog de gronden in te dienen. Eiser heeft hier geen gevolg aan gegeven, ondanks de mogelijkheid om een nieuwe gemachtigde in te schakelen.

De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:5 en Pro 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan op 1 augustus 2023 en bekendgemaakt op 2 augustus 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.20612
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P.L.E.M. Krauth), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. I. Vugs).

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2023 het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL23.20613, plaatsgevonden op 1 augustus 2023. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Een beroepschrift moet, op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), ten minste de gronden van het beroep bevatten. Op basis van artikel 6:6, aanhef en onder a en slot, van de Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van Pro de Awb, mits de indiener de
zaaknummer: NL23.20612
2
gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
3. Het op 17 juli 2023 ingediende beroepschrift bevat geen gronden van het beroep. Op 17 juli 2023 heeft de griffier eiser meegedeeld dat het beroepschrift niet voldoet aan één of meer wettelijke vereisten. Uiterlijk op maandag 24 juli 2023 diende eiser de gronden van het beroep te hebben ingediend. Hierbij is er door de griffier op gewezen dat het beroepschrift niet-ontvankelijk kan worden verklaard als niet, of niet-tijdig, wordt voldaan aan de wettelijke vereisten.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen gronden van beroep heeft ingediend. De gemachtigde van eiser heeft aangegeven dat hij eiser in de gelegenheid heeft gesteld om een nieuwe gemachtigde in te schakelen. Na dit bericht heeft de rechtbank niet meer iets vernomen van eiser of van een nieuwe gemachtigde van eiser. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2023 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
zaaknummer: NL23.20612
3
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
02 augustus 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.