ECLI:NL:RBDHA:2023:14151
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand wegens ontbreken acute financiële noodsituatie
Verzoekers, een gezin met vier kinderen, hadden hun bijstandsuitkering beëindigd gekregen vanwege niet-naleving van de inlichtingenplicht en het huren van een kluis zonder melding. Na meerdere aanvragen om bijstand, waarvan de laatste nog in behandeling is, verzochten zij om een voorlopige voorziening wegens vermeende acute financiële nood.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat sprake is van een acute financiële noodsituatie. Uit bankafschriften bleek dat zij financiële middelen ontvingen van de Belastingdienst en Sociale Verzekeringsbank, en dat huurbetalingen deels plaatsvonden. Er was geen dreiging van huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen.
Het college had aanvullende bewijsstukken gevraagd om de huidige situatie te beoordelen. De rechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en dat de beslissing op bezwaar kon worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een acute financiële noodsituatie.