ECLI:NL:RBDHA:2023:14159
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep
Verzoekster, van Syrische nationaliteit, had een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 maart 2022 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De rechtbank behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 24 mei 2022 en vervolgde het onderzoek na schorsing. Op 24 november 2022 en 6 juni 2023 vonden verdere zittingen plaats waarbij beide partijen verschenen en werden vertegenwoordigd door hun gemachtigden.
Op 12 juni 2023 deed de rechtbank uitspraak op het beroep in zaaknummer NL22.3857, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig was. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.