ECLI:NL:RBDHA:2023:14159

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2023
Publicatiedatum
20 september 2023
Zaaknummer
NL23.3858
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep

Verzoekster, van Syrische nationaliteit, had een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 4 maart 2022 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De rechtbank behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 24 mei 2022 en vervolgde het onderzoek na schorsing. Op 24 november 2022 en 6 juni 2023 vonden verdere zittingen plaats waarbij beide partijen verschenen en werden vertegenwoordigd door hun gemachtigden.

Op 12 juni 2023 deed de rechtbank uitspraak op het beroep in zaaknummer NL22.3857, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet langer nodig was. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.3858
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. D. Aygur),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Lorier).

Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.3857, op 24 mei 2022 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen N. Abdel-Nour. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om partijen de gelegenheid te geven nader onderzoek te doen. Op 24 november 2022 heeft de rechtbank het beroep en het verzoek opnieuw op een zitting behandeld om de voorgang van het onderzoek te bewerkstellingen. Verschenen zijn verzoekster, bijgestaan door haar gemachtigde.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Talsma.
Op 6 juni 2023 heeft de rechtbank het beroep en het verzoek op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen
S. Mardo. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Talsma.

Overwegingen

1. Verzoekster is van Syrische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1975. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.3857, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter
wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 juni 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.