ECLI:NL:RBDHA:2023:14174
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag en terugkeerbesluit na vrijwillig vertrek
Eiseres, met de Moldavische nationaliteit, diende op 30 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 10 mei 2023 af als kennelijk ongegrond, verleende geen uitstel van vertrek, en legde een terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar op.
Eiseres vertrok op 22 augustus 2023 vrijwillig naar Moldavië met ondersteuning van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Hoewel de rechtbank de vertrekverklaring niet als intrekking van het beroep tegen de asielafwijzing beschouwde, leidde het vrijwillige vertrek tot het oordeel dat eiseres geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep tegen de asielafwijzing en het weigeren van uitstel van vertrek.
Voor het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod concludeerde de rechtbank dat eiseres geen zelfstandige beroepsgronden had aangevoerd. Het terugkeerbesluit was uitgewerkt door het vertrek, en het inreisverbod was terecht opgelegd. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk voor de asielaanvraag en uitstel van vertrek, en ongegrond voor het terugkeerbesluit en inreisverbod.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor de asielaanvraag en weigering uitstel vertrek, en ongegrond voor het terugkeerbesluit en inreisverbod.