ECLI:NL:RBDHA:2023:14207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen beëindiging opvang statushouder wegens niet-tijdig verzoek instemming afgewezen
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet van een statushouder tegen de uitspraak van 24 december 2022, waarin de rechtbank zich onbevoegd had verklaard om kennis te nemen van het beroep tegen de mondelinge mededeling van het COA dat de opvang per direct was beëindigd.
Opposant stelde dat de mondelinge mededeling een feitelijke handeling was die gelijkgesteld moest worden met een besluit, met rechtsgevolgen voor zijn opvang en nareisprocedure. De rechtbank oordeelde echter dat de mededeling slechts een kennisgeving was van een al ingetreden rechtsgevolg, namelijk het van rechtswege eindigen van de opvang wegens het niet tijdig verzoeken om instemming.
De rechtbank wees erop dat er wel een andere bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat, zoals de procedures tegen de weigering van opvang op 5 januari 2023, waartegen opposant bezwaar heeft gemaakt. Het verzet werd ongegrond verklaard en de uitspraak van 24 december 2022 bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de beëindiging van de opvang is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.