Eisers, gezinsleden van een referent met een asielvergunning, dienden op 9 november 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelden zij de staatssecretaris in gebreke en dienden vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is overschreden en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Op grond hiervan verklaart de rechtbank het beroep kennelijk gegrond. Er is sprake van samenhang tussen de drie aanvragen van gezinsleden, waardoor slechts één beslissing en één dwangsom van toepassing is.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500,- opgelegd. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442,-. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers.