ECLI:NL:RBDHA:2023:14234
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-ingesteld beroep
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling werd genomen.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, waarop verweerder op 4 mei 2023 een beslissing nam die op 9 mei 2023 aan het digitale dossier werd toegevoegd. De voorzieningenrechter nodigde partijen uit voor een zitting op 10 mei 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde zonder bericht van verhindering niet verschenen.
De voorzieningenrechter schortte het onderzoek op om eiser in de gelegenheid te stellen binnen de beroepstermijn beroep in te stellen en aan te geven of het verzoek om voorlopige voorziening gehandhaafd zou worden. Eiser reageerde niet binnen de gestelde termijn, waarna de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet voldoen aan de connexiteitseis van artikel 8:81 Awb Pro.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig instellen van beroep.