ECLI:NL:RBDHA:2023:14268
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling van Marokkaanse en Algerijnse nationaliteit tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Eerder was deze maatregel al viermaal door de rechtbank getoetst en steeds als rechtmatig beoordeeld. De rechtbank richtte zich daarom op de periode vanaf het sluiten van het vorige onderzoek op 11 augustus 2023. De eiser voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde bij de aanvraag van een laissez-passer bij de Algerijnse autoriteiten en dat er geen zicht was op uitzetting naar Marokko vanwege twijfel over zijn nationaliteit.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitgaat van de Marokkaanse nationaliteit omdat eiser geen originele documenten overlegd had die de Algerijnse nationaliteit aantonen. De voortgangsrapportage toonde aan dat er voldoende concrete handelingen waren verricht, waaronder het versturen van lp-aanvragen naar beide landen, schriftelijke en telefonische rappels, en een vertrekgesprek met eiser. De rechtbank zag geen reden om het beroep gegrond te verklaren en wees ook het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.