ECLI:NL:RBDHA:2023:14279
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens overschrijding beslistermijn machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster diende een aanvraag voor een machtiging voorlopig verblijf in, waarop de staatssecretaris niet tijdig besloot. Verzoekster stelde de staatssecretaris in gebreke en startte een beroep wegens het niet tijdig beslissen. Kort daarna nam de staatssecretaris alsnog een besluit, waarmee hij tegemoetkwam aan het beroep. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling.
De rechtbank stelde vast dat het beroep ontvankelijk was en dat de staatssecretaris door het besluit aan het beroep tegemoet was gekomen. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €418,50, bestaande uit de kosten voor het indienen van het beroepschrift en de overschrijding van de beslistermijn.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat de staatssecretaris verplicht is het betaalde griffierecht van €184,- aan verzoekster te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt. Verzoekster kan zich tot de staatssecretaris wenden voor de griffierechtvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €418,50 wegens overschrijding beslistermijn.