ECLI:NL:RBDHA:2023:14279

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 september 2023
Publicatiedatum
22 september 2023
Zaaknummer
NL23.14142
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling wegens overschrijding beslistermijn machtiging voorlopig verblijf

Verzoekster diende een aanvraag voor een machtiging voorlopig verblijf in, waarop de staatssecretaris niet tijdig besloot. Verzoekster stelde de staatssecretaris in gebreke en startte een beroep wegens het niet tijdig beslissen. Kort daarna nam de staatssecretaris alsnog een besluit, waarmee hij tegemoetkwam aan het beroep. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling.

De rechtbank stelde vast dat het beroep ontvankelijk was en dat de staatssecretaris door het besluit aan het beroep tegemoet was gekomen. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €418,50, bestaande uit de kosten voor het indienen van het beroepschrift en de overschrijding van de beslistermijn.

Daarnaast wees de rechtbank erop dat de staatssecretaris verplicht is het betaalde griffierecht van €184,- aan verzoekster te vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt. Verzoekster kan zich tot de staatssecretaris wenden voor de griffierechtvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €418,50 wegens overschrijding beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.14142

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2023 in de zaak tussen

[verzoekster], v-nummer [v-nummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. A.C. Pool),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris op de aanvraag voor een machtiging voorlopig verblijf die Y. Andehymanot ten behoeve van verzoekster heeft ingediend. Zij heeft het beroep ingetrokken, omdat de staatssecretaris alsnog een besluit op de aanvraag heeft genomen.
1.1.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. De staatssecretaris heeft niet op dit verzoek gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is de staatsecretaris aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. Verzoekster heeft op 10 mei 2022 de staatssecretaris in gebreke gesteld en op
22 juli 2022 beroep ingesteld tegen het volgens verzoekster niet op tijd beslissen op de ten behoeve van haar ingediende aanvraag van 16 april 2021. Op 27 juli 2022 heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen en de aanvraag afgewezen. Omdat het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris en het beroep ontvankelijk zou zijn geweest, is de staatssecretaris met het besluit van 27 juli 2022 tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris dan ook in de door verzoekster redelijkerwijs gemaakte proceskosten.
Welk bedrag aan proceskosten moet de staatssecretaris aan verzoekster vergoeden?
5. De hoogte van proceskostenvergoeding stelt de rechtbank vast op € 418,50. Dit omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die op grond van het Bpb vergoed kunnen worden.
Heeft verzoeker recht op vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de staatssecretaris verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184,- te vergoeden. [3] Verzoekster kan zich hiervoor dan ook tot de staatssecretaris wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kompier, rechter, in aanwezigheid van E.J. Iflé, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.